God , waar bent U nu?
 

 

Noodgeval

 

Op school zit een jongentje van 9 onrustig aan zijn tafeltje te werken, als plotseling de voorkant van zijn broek nat wordt en een plasje op de grond verschijnt. De jongen kan wel door de grond zakken en zijn hart klopt als een bezetene. Hij denkt: “Oh, als de andere jongens het maar niet in de gaten krijgen! Ze zullen me er mee blijven pesten... en als de meisjes het weten, dan zullen ze niet meer met me willen praten... Wat moet ik nou doen?”

Terwijl hij daar zat, met zijn hoofd voorovergebogen, doet hij een schietgebedje: “Heer, dit is een noodgeval! Ik heb Uw hulp nodig! Als de anderen hier achterkomen, ben ik er geweest!” Hij kijkt weer voor zich en ziet hoe de lerares naar hem kijkt en zijn kant uit loopt, met een blik in haar ogen die zegt dat ze weet wat er is gebeurd!


 

Terwijl de lerares naar hem toekomt, loopt Susan (een klasgenootje) langs met een vissenkom vol water. Ze struikelt en de vissenkom wordt op zijn schoot geleegd. Hij doet net alsof hij boos is, maar in zijn hart kan hij het wel uitschreeuwen: “Heer, Ik ben gered!”


 

In plaats van het mikpunt te zijn van spot, heeft iedereen toch wel medelijden met hem. De lerares neemt hem mee naar de leerkrachtenkamer en geeft hem een gymbroekje die hij kan dragen terwijl zijn broek droogt. Als hij terug in de klas komt, zijn de andere kinderen bezig de rommel rondom zijn tafeltje op te ruimen. Dit medeleven is geweldig!


 

Zoals het in het leven gaat, is de spot die eigenlijk voor hem zou zijn bedoeld, gericht op Susan. Zij probeerde nog om wat te helpen, maar ze kreeg duidelijk te horen dat ze beter weg kon gaan: “Je hebt al genoeg gedaan, kluns!” Terwijl de dag vorderde, werd het medeleven steeds beter en de spot steeds erger.


 

Aan het eind van de dag liepen ze naar de fietsenstalling. De jongen ging naast Susan lopen en fluisterde: “Dat heb je expres gedaan, of niet?”

Susan fluisterde terug: “Het is mij ook eens overkomen.”

Back